Moet ik alles tien keer vragen

Ken je de Teletubbies nog? Vier poppen, die wonen in een groen heuvelland. In de filmpjes zitten veel herhalingen: “Nog een keer, nog een keer”. Dit is een goede manier om een kind iets te leren. Grote mensen vinden deze herhalingen minder leuk. Dit geldt ook voor het eindeloos aangeven van grenzen bij kinderen. Ik ontvang regelmatig dit soort vragen:

“Het is einde middag. Tim en Lily spelen samen met de Duplo. Tim wordt boos en slaat zijn zusje Lily. Dit gaat bijna iedere middag zo. Ik heb vaak gezegd dat hij dit niet moet doen, maar hij luistert niet. Moet ik alles tien keer vragen?!”

Dat ligt eraan hoe je het vraagt, op welk moment je het vraagt en of de vraag realistisch is. Een jong kind kan niet reflecteren en bedenken wat hij anders moet doen. Dit deel van het brein ontwikkelt vanaf het achtste jaar. Een jong kind kan wel gedrag aanleren.

In het voorbeeld van Tim speelt mee dat het einde middag is. Hij is moe en heeft veel indrukken opgedaan. De kans dat Tim op dat moment niet luistert, is groter. Voorkomen is beter dan genezen. Misschien kunnen Tim en Lily op zo’n moment iets anders doen dan samen met de Duplo spelen.
Als je Tim iets wilt leren, kun je beter wachten tot hij rustig is. Wanneer een kind overprikkeld is of veel emotie ervaart, reageert het vanuit het reptielenbrein. Je bereikt jouw kind dan niet meer.

Kinderen beheersen emoties nog niet volledig. Je kunt Tim leren boosheid op een gezonde manier te uiten. De eerste stap is het (h)erkennen van zijn emotie. Vervolgens geef je een grens aan het gedrag in plaats van aan de emotie. Vertel vooral wat hij wel mag: Stampen op de grond, op een kussen slaan, krassen op een blad, rondje steppen?

Denk je nu: “Dat is mooi, dus als ik Tim vertel wat hij wel mag, dan gaat hij dit voortaan doen?”

Jouw kind leert door te herhalen en tot die tijd is het: “Nog een keer, nog een keer.”

Deze column verscheen in december in Blik op Zeewolde