geen ipad

Zeg eens eerlijk: ken je een van onderstaande dreigementen ook?

“Als je nu niet luistert, krijg je geen iPad
“Als je nu jouw jas niet aandoet, ga je maar even op jouw kamer zitten”


of de positief geformuleerde variant, die eigenlijk hetzelfde is

“Als je nu braaf gaat slapen, mag je morgen na school iets langer buiten spelen.”
“Ga je nu mee? Dan krijg je thuis iets lekkers.”

Werkte het een keer en smaakte het toen naar meer?

Dreigen is verleidelijk en zeker wanneer je leeft met een vurig kind wat zich steeds verzet tegen grenzen. Het is op de lange termijn niet zo effectief. Jouw kind leert hier geen ander gedrag van, behalve dan dat je kunt dreigen om je zin te krijgen. Wil je liever dat jouw kind leert van een situatie? Hieronder vind je wat alternatieven. 

Realistisch

Bedenk op welk moment je iets vraagt. Aan het einde van de dag in een drukke speeltuin verwachten dat jouw kind direct luistert, is niet zo realistisch. Misdraagt het kind zich op dat moment? Je kunt dan beter naar huis gaan in plaats van dreigen. Wil je de situatie nog bespreken? Wacht tot jouw kind rustig is. Wanneer een kind overprikkeld is, reageert het vanuit het reptielenbrein. Je bereikt jouw kind niet meer. Een jong kind kan niet reflecteren en bedenken wat hij anders moet doen. Dit deel van het brein ontwikkelt vanaf het achtste jaar. 

Dwars en opstandig

Is jouw kind dwars en opstandig? Weigert hij bijvoorbeeld bij het einde van een speelafspraak om mee te gaan? Op dit soort momenten zijn wij geneigd om de schaduwkant te benoemen (“doe eens niet zo vervelend en ga mee”). Een schaduwkant is een signaal, een teken van spanning of een behoefte die niet vervuld is. In het voorbeeld van de speelafspraak kan het zijn dat jouw kind onbewust veel spanning heeft opgebouwd tijdens het spelen. Of dat hij nog lang geen zin heeft om weg te gaan. Kijk op deze momenten juist of je jouw kind en zijn gevoelens kunt erkennen (“Je hebt het wel heel erg naar jouw zin gehad he? Jullie kunnen vast snel weer spelen”). Vanuit erkenning vind je vaak weer aansluiting. Voor de goede orde: gevoel erkennen betekent niet dat je jouw kind zijn zin geeft en/of dat je het ermee eens bent. 

Voorkauwen

Zijn er situaties waarvan je weet dat deze lastig zijn, zoals aan tafel zitten tijdens het eten? Vind je dit vooral lastig als jullie ergens anders gaan eten? Wanneer je een etentje hebt bij vrienden of familie kun je van tevoren herhalen wat je belangrijk vindt. Bijvoorbeeld: “Wij gaan straks eten bij oma. Tijdens het eten zitten wij allemaal aan tafel, maar zodra jij jouw bord leeg hebt, mag je spelen op de grond tot het toetje er is. Het toetje eten we ook weer aan tafel.” Gedurende het etentje geef je jouw kind meteen een duimpje of knipoog wanneer het goed gaat.
Voorkauwen betekent ook dat je nieuwe activiteiten of overgangen aankondigt, zoals:  “Over 5 minuten gaan we opruimen” of “over 5 minuten gaan we naar huis”. 

Inspraak 

Wat is voor jou echt belangrijk en kun je jouw kind wat keuzevrijheid geven op bepaalde momenten? Bedenk hierbij ook wat realistisch is. Een kleuter inspraak geven bij de keuze van bedtijd is niet zo handig. Een kleuter laten bepalen of hij voor of na het eten wil opruimen wel. Is jouw kind al wat ouder?  Kijk dan of je een afspraak kunt maken. Het verschil tussen een afspraak en regel is dat jouw kind inspraak heeft in hetgeen wat je overeenkomt. Je stimuleert dan betrokkenheid en verantwoordelijkheid. 

Positief  

Vraag vooral wat je wel wilt in plaats van niet. Dus in plaats van te zeggen “niet zo schreeuwen” kun je zeggen “praten met een burenstem”. Waardeer vooral de momenten dat je kind gedrag vertoont wat jij belangrijk vindt. Hooggevoelige kinderen zijn extra gevoelig voor positieve bekrachtiging, dus doe hier je voordeel mee. 

Contact maken 

Een kind wat meer dan gemiddeld gevoelig is, heeft een meer dan gemiddelde behoefte aan verbinding. Is het jou weleens opgevallen? Juist als jij druk bent of het even niet trekt, wordt jouw kind dwars. Maak contact op het moment dat je iets vraagt. Gil je tijdens het koken naar boven dat hij moet opruimen? Een alternatief is dat je naar boven gaat en eerst aansluit bij het spel “wat heb je voor moois gemaakt?” en vervolgens vraagt om op te ruimen. Dan geef je ook meteen het goede voorbeeld,  want “we zouden niet meer schreeuwen, toch?”